Sacralization of Culture

Kunst en geld. Het is een moeizaam huwelijk. Bepaalde kunst is heel duur en hangt in het MoMA in New York en andere kunst hangt in een galerie in Gouda. Niemand vindt dat raar. Zelfs mensen die het werk in Gouda mooier vinden dan het werk in het MoMA begrijpen waarom ze hangen waar ze hangen of staan waar ze staan. Hoe werkt kunst en geld samen?

De Amerikaanse econoom William Grampp besteedt veel aandacht aan de economische waarde van kunst en kunstwerken. Interessant zijn zijn uitspraken over wat er nu eigenlijk in de economische waarde van een kunstwerk weergegeven is. Niet alleen stelt hij dat schaarste geld oplevert en dat kunst schaars is en daarom duur, maar ook stelt hij: “The satisfaction we get from anything we only get at a cost. The cost is not only the price paid for the object. It is also what we must do or have done in order to understand, apprehend, enjoy, or appreciate it; and that cost is the consequence of what we have learned, have experienced, and have worked to achieve. It is our accumulated investement in taste.” De prijs van een kunstwerk wordt bepaald door een eigen investering in smaak.

Door kennis van het werk en de kennis van connotaties die aan het werk verbonden zijn ontwikkel je een betere smaak. De kennis die je over het werk opdoet is een deel van de waarde van het kunstwerk. Volgens hem is het dus een individueel proces en gebaseerd op persoonlijke smaak en persoonlijke verbondenheid met het werk. Ik vermoed dat hij hier een belangrijk aspect mist. Persoonlijke smaak bepaalt of je iets koopt of niet, omdat je het wel of niet mooi vindt, maar de prijs wordt bepaald door de context en de afspraken binnen het heersende discours.

De prijs van een werk zou dus te maken moeten hebben met kennis van de geschiedenis van een kunstwerk. Hoe groter de naam, hoe duurder het werk. Hoe schaarser het werk, hoe duurder, zo stelt Grampp. Maar vrijwel alle kunst is schaars, en niet alle kunst is even duur. Misschien kunnen we stellen dat schaarste een economisch begrip is dat op het gebied van kunst eigenlijk niet van toepassing is.

Het lijkt een tegenstelling als je zegt dat een schilderij van Van Gogh heel duur is omdat het schaars is of als je zegt dat het duur is omdat het heel goed is. Kan het niet andersom zijn? Is een Van Gogh niet goed omdat het schilderij duur is? Als voorbeeld kunnen we een dure parfum nemen. Chanel no. 5 verkoopt zo goed, omdat het zo duur is. Het is niet duur omdat het zo goed is, het is goed omdat het zo duur is, dat is wat kenners allemaal zeggen. Als je ergens maar een mythe omheen bouwt stijgt het in waarde.

Als een kunstwerk wordt geplaatst in een geschiedenis en de juiste mensen (elite) er een waarde aan verbinden stijgt een werk in aanzien en wordt het werk daarmee ‘groter’ dan het werk zelf. Econoom Lawrence Levine heeft het in dit geval over de ‘sacralization of culture’. Dit ‘sacrale’ kan te maken hebben met de maker van het werk, de kwaliteit van het werk of de tijd waarin het gemaakt is. Dat een kunstwerk een sacrale lading krijgt, is precies de reden dat het ingewikkeld is om kunst met elkaar te vergelijken. Tegelijkertijd is dat precies wat constant gebeurt. Het ene kunstwerk wordt vergeleken met het andere werk, op basis van allerlei arbitraire aspecten zoals maker, inhoud en tijdgeest, om er vervolgens een waarde aan te verbinden; economisch, dan wel symbolisch. Levine: “This world of adjective boxes, of such crude labels as ‘highbrow’, ‘middlebrow’, ‘lowbrow’ of continual defensiveness and endless emendation; this world in which things could not be truly compared because they were so rarely laid out horizontally, next to one another, but were always positioned above or below each other on a infinite vertical scale”. Kunstwerken staan niet op gelijke hoogte met elkaar en worden hoger of lager aangeschreven dan andere werken. Volgens Levine worden kunstwerken nooit naast elkaar gezet, maar worden ze aan de hand van andere werken gepositioneerd. Daarom is vergelijken moeilijk. Als kunstwerken horizontaal vergeleken zouden worden zou het veel eerlijker zijn.

Het is eigenlijk heel eenvoudig: als een stuk hout in een weiland ligt wordt het opgeruimd, maar als datzelfde stuk hout in het MoMA ligt, staat er een bordje bij en staan er dagelijks duizenden mensen dit prachtige kunstwerk te aanschouwen. Door die ene handeling, het verplaatsen van een stuk hout van een weiland naar het museum, wordt het stuk hout niet alleen kunst, maar stijgt het in waarde. Niet alleen in economische waarde, maar ook in symbolische waarde. Dat is de ‘sacralization of culture’.

Filosoof Arthur Danto stelt: “The artworld stands to the real world as something like the relationship which the city of God stands to the earthly city”. De kunstwereld verhoudt zich tot de echte wereld zoals de stad van God zich verhoudt tot een aardse stad. Deze uitspraak van Danto laat weinig ruimte voor de ontheiliging van de kunst. Het laat weinig ruimte om kunst weer tot aardse proporties terug te brengen. Zo werkt de kunstwereld en zo werkt onze maatschappij. Kunst en de waarde van het artefact is niet meer dan een opeenstapeling van arbitraire regels en omstandigheden. Dat is de enige conclusie die hout snijdt. Tot nu toe.

Verscheen eerder op Zinweb

Geef een reactie