Baard

‘Het is die baard’. Hij plukt er wat ongemakkelijk aan en kijkt me met grote ogen aan. ‘Ze heeft me nog nooit met baard gezien. Ik mag haar eindelijk zien, dan moet ze niet van me schrikken’.

Ik bekijk hem van top tot teen. Van boven naar beneden en weer terug. ‘Die broek en die schoenen heb ik gekregen, reageert hij op mijn onderzoekende blik. ‘Mooi hè’. Hij lacht z’n vier tanden bloot. ‘Ik heb haar al zo lang niet gezien en morgenochtend mag het eindelijk weer. Ik wil haar gewoon een knuffel geven. Ze is 11 weet u. Dat is een lastige leeftijd. Ik wil dat ze een vader heeft waar ze trots op kan zijn en niet eentje waar ze zich voor schaamt’.

Ik denk diep na. We geven geen geld, alleen in uiterste noodgevallen. We geven brood, we geven koffie en thee, we geven aandacht, we geven tijd. We geven hulp. Maar geen geld.

‘Kijk dit is d’r. Is ze niet prachtig?’ Hij zoekt naar bevestiging, terwijl hij een foto van z’n dochter onder mijn neus duwt. Ik zeg dat ze prachtig is. ‘Het is voor haar dat ik alles op orde probeer te krijgen. En het lukt me bijna. Ik ben van de straat af en krijg bijna m’n eerste uitkering. Voor haar. Allemaal voor haar. Zij hield me in leven. Zij heeft me op de been gehouden in de koudste nachten. Ze was warmer dan een deken’.

‘Ik heb 10 euro. Als u me niet gelooft, hier, kijk’. Opgewonden haalt hij zijn zakken leeg en gooit het geld op tafel. ‘Ik wil geen drugs of drank, ik wil naar de kapper! Ik heb 5 euro nodig. Voor mijn dochter, ze heeft me nog nooit met baard gezien!’ Hij plukt wanhopig de haren uit het bruin-grijze gevaarte op z’n kin.

Als ik hem het geld in z’n handen druk kijken we elkaar even samenzweerderig aan. Hij glimlacht. Hij draait met een denkbeeldige sleutel z’n mond dicht en gooit de sleutel weg. ‘Dat zou m’n dochter doen’, besluit hij en loopt het pand uit. Naar de kapper, hoop ik.

Geef een reactie