Pijl en boog

Zijn lach is aandoenlijk. Hij lacht als een slechterik uit een tekenfilm die z’n plannetjes openbaart. Ik laat het even op me inwerken. Valt een pijl en boog onder verboden wapenbezit? Zijn er mensen in gevaar? Het zijn van die gedachten die je toch niet helemaal kunt uitbannen als je dit werk doet, ondanks dat ik weet dat het allemaal in z’n hoofd zit.

Het is morgen. Er is koffie. De hele stapel papieren komt tevoorschijn. Tekeningen, berekeningen, stukken tekst, gedichten. Flarden van een gefragmenteerd en roerig leven. Scènes uit een gepijnigd bestaan. Lees verder Pijl en boog

Indiaan

‘Ik ben een gevallen vrouw’. De stem klinkt harder dan normaal. Zo ken ik haar niet. ‘Wat is er allemaal, iedereen doet zo paniekerig’. Ik kijk op en ik schrik. Haar hele oog bloedt. Ze wordt op een stoel gezet en ik bel de ambulance. Ze komen gelijk.

Elke middag aan dezelfde tafel. Enthousiast begroet ze iedereen en vertelt over haar onderzoeken. ‘Ik moet nu weer voor tetanus’. Ik moet glimlachen om de verkeerde klemtoon die ze legt. Ik ga even bij haar zitten en mijn oog valt op een veertje om haar nek. Ik vraag ernaar. ‘Dat is van de indiaan’. Ik kijk haar aan. Lees verder Indiaan

Baard

‘Het is die baard’. Hij plukt er wat ongemakkelijk aan en kijkt me met grote ogen aan. ‘Ze heeft me nog nooit met baard gezien. Ik mag haar eindelijk zien, dan moet ze niet van me schrikken’.

Ik bekijk hem van top tot teen. Van boven naar beneden en weer terug. ‘Die broek en die schoenen heb ik gekregen, reageert hij op mijn onderzoekende blik. ‘Mooi hè’. Hij lacht z’n vier tanden bloot. ‘Ik heb haar al zo lang niet gezien en morgenochtend mag het eindelijk weer. Ik wil haar gewoon een knuffel geven. Ze is 11 weet u. Dat is een lastige leeftijd. Ik wil dat ze een vader heeft waar ze trots op kan zijn en niet eentje waar ze zich voor schaamt’. Lees verder Baard

Altijd

“En als de oorlog los breekt, ben ik het die je vangt, en zeg ik dat er altijd nog meer liefde is dan angst”.

Bang. Bang voor de wereld zoals hij is, of zoals hij lijkt te zijn. Het is die angst die beheerst. Angst voor alles wat anders is dan anders. Dat wat niet past binnen dat wat ze altijd geleerd hebben. Angst voor de islam en angst voor vreemde gebruiken en culturen. Geen angst voor Mohamed uit de buurt. “Want die is anders”. Mohamed is een knuffelallochtoon. Die kennen ze. Die doet ´tenminste normaal.´

Bang. Bang voor de wereld. Bang voor het feit dat alles wat ze ooit met veel moeite hebben opgebouwd niet meer te handhaven is. Angst voor het feit dat de wereld wel eens kan veranderen. Dat de wereld anders is dan hij was. Angst voor andere winkels op je hoek, andere programma’s op je televisie en andere geuren door de ramen. Angst dat alles anders is. De angst dat de wereld vergaat. De angst dat de wereld nooit meer hetzelfde is. Lees verder Altijd

Heimwee naar een plek die niet bestaat

Dat weer, dat ene gebouw, dat moment, dat kleine gebaar, die snelle mensen, die trage herinnering. Dat is er nooit meer en voor altijd tegelijkertijd.

Nog nooit eerder had ik het en het voelde gek. het voelt nog steeds heel onwerkelijk. Een jaar geleden stond ik aan de voet van het nieuwe WTC in New York. Maar dat was het niet. Het waren de straten, de mensen. Het was het immense en het megalomane. Het was de totale gehaastheid van het bestaan. Het was de totale anonimiteit van elk schepsel. Dat had ik nog nooit gevoeld. Lees verder Heimwee naar een plek die niet bestaat

Zolang

Zolang ik geen afstand hoef te nemen van slopende hooligans, omdat ik graag voetbal kijk.
Zolang ik geen afstand hoef te nemen van heuptasjes en afritsbroeken in Franse dorpjes, omdat ik Nederlander ben.
Zolang ik geen afstand hoef te nemen van mensen met huizen vol schreeuwerige kerstverlichting, omdat ik kerst vier.

Zolang ik geen afstand hoef te nemen van mensen die homo’s niet accepteren, omdat ik christen ben.
Zolang ik geen afstand hoef te nemen van graaiende bankdirecteuren, omdat ik kapitalist ben.
Zolang ik geen afstand hoef te nemen van oorlogszuchtige regeringsleiders, omdat ik westerling ben. Lees verder Zolang

Daar waar de wind is rust ik

Het is laat. Later dan ik wilde. Het is donker. Donkerder dan ik aan kan. Daar waar water aarde en lucht raakt ben ik. De golven slaan, de golven beuken. De golven schreeuwen en kreunen. En de wind. Ach, de wind… Daar waar de wind is ga ik.

Daar waar de wind was ging ik. De wind als plek voor mijn rust. Plekken waar de wind vrij was om te doen wat hij wilde. Plekken waar de wind vrij spel had. Op die plek tussen hemel en aarde stond ik vaak. De dagen te overdenken. De uren te analyseren. Het leven te beoordelen. Ik zocht plekken en dingen die drukker waren dan mijn hoofd. Dat had ik nodig. Dus daar waar de wind was ging ik. Lees verder Daar waar de wind is rust ik

Even maar

Even maar. Heel even maar. Even geen kogels om mijn hoofd. Dat ik heel even niet hoeft te bukken. Niet hoef te schuilen. Heel even maar niet over mijn schouder kijken en wegduiken voor elk geluid dat ik hoor. Heel even maar niet op mijn hoede. Heel even zou ik jou willen zijn, Kalle.

Kon ik maar heel even rechtop lopen. Kon ik maar even veilig knipperen met mijn ogen. Kon ik maar even horen wat een vogel zegt. Of heel even gewoon rust. Maar heel even zou ik stil willen kunnen staan, zonder die onmetelijke angst voor alles en iedereen. Zonder dat ik de dood in de ogen kijk. Lees verder Even maar

En dat het dan regent

Dat je naar buiten moet. En dat je dan niet wil. Omdat je de hele dag al niet lekker bent. Dat je toch moet, omdat het leven doorgaat. Dat je struikelt over een stoelpoot, terwijl die stoelpoot niet beweegt. En dat je dan vloekt. Dat je je schoenen niet aankrijgt. En dat je je veter te hard aantrekt en dat hij dan kapot gaat. Dat je echt niet wil, omdat je niet weet waarvoor je het nog doet.

Dat je nog even zucht voor je probeert op te staan. En dat dat dan niet echt lukt. Dat de leuning van je stoel kraakt. En dat je vloekt. Dat je steeds maar vloekt. Dat je andere schoenen wil pakken en alleen de zijne ziet staan. Dat je je rustig weer in je stoel laat vallen. En dat je dan net scheef zit. En dat je dan de kracht niet hebt om recht te gaan zitten. En dat je ook niet weet waarom je dat nog zou willen. Dat je dan nadenkt over wat ooit was en nu niet meer is. Dat je niet anders kan en steeds maar verder moet. En dat je je jas niet kan vinden, maar eigenlijk ook niet echt zoekt. Dat je alleen het lege haakje ziet. En dat je dan vochtige ogen krijgt. Dat je dan een sjaal vind en die over dat haakje hangt. En dat dat dan niet goed voelt. Lees verder En dat het dan regent

Keihartverwarmend

‘Do you see that man standing? He isn’t standing.’

Er gaat een schok door mijn lijf. Hij geeft geen krimp. Geen witte tenten, geen bescherming. Het is even heel koud. Het is even heel stil. Alles is even voorbij. Zijn stem, de manier waarop, de luchtigheid waarmee… Die grijns.

‘Sit down boy, please sit.’

Zij kan helemaal niet staan. Ze is oud en haar benen wilen duidelijk niet meer wat haar hoofd van ze vraagt. Maar hij heeft krukken. Hij is jong, maar zijn benen kunnen even niet meer. Haar rimpelige handen grijpen stangen en leuningen. Ze geeft alles wat ze heeft. Hij moet zitten, zij wil staan. Voor hem. En dan die lach… Lees verder Keihartverwarmend