Daar waar de wind is rust ik

Het is laat. Later dan ik wilde. Het is donker. Donkerder dan ik aan kan. Daar waar water aarde en lucht raakt ben ik. De golven slaan, de golven beuken. De golven schreeuwen en kreunen. En de wind. Ach, de wind… Daar waar de wind is ga ik.

Daar waar de wind was ging ik. De wind als plek voor mijn rust. Plekken waar de wind vrij was om te doen wat hij wilde. Plekken waar de wind vrij spel had. Op die plek tussen hemel en aarde stond ik vaak. De dagen te overdenken. De uren te analyseren. Het leven te beoordelen. Ik zocht plekken en dingen die drukker waren dan mijn hoofd. Dat had ik nodig. Dus daar waar de wind was ging ik.

De wind doet veel. Het brengt leven en luchtigheid. De wind is dreigend en gevaarlijk en het is dat ene briesje op die bloedhete dag. Maar het was vooral de rust. Hoe harder de wind hoe rustiger mijn hoofd. Onrust van ergens naar zoeken en het niet kunnen vinden. De onrust van niet weten wat je precies zoekt. De onrust van verwachtingen van jezelf en van anderen. De onrust werd meegevoerd door de wind. Die wind als veilige haven. Daar waar de wind was ging ik.

Alles is nu anders. Een maand geleden stond ik hier nog onrust te verwerken. De wind brulde en de golven beukten. Maar de wind is gaan liggen. Er kan zoveel gebeuren in zo weinig tijd. Ik ben me bewust van het zand tussen mijn tenen en de maan boven mijn hoofd. Ze geven mij nu zoveel meer dan de wind ooit deed. De wind is prachtig, maar geeft geen rust en onrust meer. Ik heb gevonden wat ik zocht, zonder te weten dat ik er naar op zoek was. De wind is gaan liggen, maar de wind en ik zijn voor eeuwig verbonden.

Het is nog later en nog donkerder. Ik hoor alleen nog de golven zacht het strand op rollen. Ik zie niks. De wind is bij me. Dat voel ik aan mijn haren, die de wind gedag komen zeggen. Daar waar de wind is ben ik nog steeds. Daar waar de wind is wil ik zijn. Daar waar de wind is ben ik, maar nu rustiger. Daar waar de wind is rust ik.

Geef een reactie