Even maar

Even maar. Heel even maar. Even geen kogels om mijn hoofd. Dat ik heel even niet hoeft te bukken. Niet hoef te schuilen. Heel even maar niet over mijn schouder kijken en wegduiken voor elk geluid dat ik hoor. Heel even maar niet op mijn hoede. Heel even zou ik jou willen zijn, Kalle.

Kon ik maar heel even rechtop lopen. Kon ik maar even veilig knipperen met mijn ogen. Kon ik maar even horen wat een vogel zegt. Of heel even gewoon rust. Maar heel even zou ik stil willen kunnen staan, zonder die onmetelijke angst voor alles en iedereen. Zonder dat ik de dood in de ogen kijk.

Kogels. Eindeloze kogels. Kogels van pijn. Kogels van angst. Zeeën van rotzooi en pijn. Kinderen, ledematen, stenen, puin. Kon ik maar even kogels vangen en veranderen in zonnestralen. Kogels stoppen met mijn blote handen en omsmelten tot hoop. Kon ik maar even iets anders doen dan nu. Kon ik maar even gewoon ademen zonder dat diezelfde adem stokt in mijn keel. Kon ik maar even kogels vangen. Even maar.

Kon ik maar even rechtop lopen. Kon ik maar even zijn wie ik wil zijn. Kon ik maar even helpen, zonder gevaar. Heel even maar geen pijn. Heel even maar stilte en rust. Zon, water, lucht en aarde. Heel even maar.

Even maar. Even geen kogels om mijn hoofd. Heel even rust en stilte. Heel even geen doodsangst. Heel even rechtop lopen. Even maar. Vrede is niet veel meer dan dat. Vrede is even geen oorlog en even geen angst. Heel even maar. Heel even maar geen onmetelijke angst. Heel even maar die hoop. Meer vraag ik niet. Meer hoef ik niet. Op meer hoop ik niet. Heel even maar wil ik gewoon leven. Heel even wil ik vrede. En dat dan overal en altijd.

Een gedachte over “Even maar”

Geef een reactie