Keihartverwarmend

‘Do you see that man standing? He isn’t standing.’

Er gaat een schok door mijn lijf. Hij geeft geen krimp. Geen witte tenten, geen bescherming. Het is even heel koud. Het is even heel stil. Alles is even voorbij. Zijn stem, de manier waarop, de luchtigheid waarmee… Die grijns.

‘Sit down boy, please sit.’

Zij kan helemaal niet staan. Ze is oud en haar benen wilen duidelijk niet meer wat haar hoofd van ze vraagt. Maar hij heeft krukken. Hij is jong, maar zijn benen kunnen even niet meer. Haar rimpelige handen grijpen stangen en leuningen. Ze geeft alles wat ze heeft. Hij moet zitten, zij wil staan. Voor hem. En dan die lach…

‘Excuse me…’

Hij neemt een grote stap en raakt haar net niet. Hij die alles heeft en zij die niks heeft. Zij op haar vaste plek. De warmte, de surrogaatgeborgenheid. De verlichtte snelheid onder haar. De verlichtte rijkheid boven haar. Hij kijkt niet, hij stapt alleen. De manier waarop, de minachting waarmee… Die grijns.

‘Do you play? I do.’

En dan speelt hij. Alsof de nacht nooit komt en niemand ooit zal deren. Deze plek, deze mensen, deze bus. Het is laat, de dag was lang, maar alles is even vergeten. Het komt even allemaal samen. Hij pakt onze gitaar en speelt. De stem, de woorden, de blijdschap. Die grijns op al onze gezichten.

‘God bless you and God bless the United States Of America.’

Alles is hier anders. Het land, de mensen. New York maakt je intens gelukkig en knettergek. Alles mag en alles kan. Alles is  hier hard en zacht. Alles is hier keihartverwarmend.

Geef een reactie