Padung, padung

Padung, padung. Het magische ritme van betonplaten. Uren en uren. Alleen maar rechtdoor zeiden ze. Alleen maar de grens over zeiden ze. Niet omkijken, niet opvallen. De grens over zeiden ze. Alleen de grens over. En nog een grens zeiden ze.

Het is vroeg in de ochtend. De lucht is strakblauw. De zon brandt, ondanks het vroege uur. Boedapest voorbij, grens in zicht. Oostenrijk binnen bereik. West-Europa zeiden ze. Dat was het doel. Gewoon sturen en niet opvallen. De lading? Niet belangrijk zeiden ze. Natuurlijk wist ik dat het niet helemaal deugde. Anders hadden ze het me wel verteld. Ik kreeg geld zeiden ze. Meer dan ik ooit zou kunnen verdienen zeiden ze. Veel geld om mijn gezin te onderhouden. Lees verder Padung, padung

En dat het dan regent

Dat je naar buiten moet. En dat je dan niet wil. Omdat je de hele dag al niet lekker bent. Dat je toch moet, omdat het leven doorgaat. Dat je struikelt over een stoelpoot, terwijl die stoelpoot niet beweegt. En dat je dan vloekt. Dat je je schoenen niet aankrijgt. En dat je je veter te hard aantrekt en dat hij dan kapot gaat. Dat je echt niet wil, omdat je niet weet waarvoor je het nog doet.

Dat je nog even zucht voor je probeert op te staan. En dat dat dan niet echt lukt. Dat de leuning van je stoel kraakt. En dat je vloekt. Dat je steeds maar vloekt. Dat je andere schoenen wil pakken en alleen de zijne ziet staan. Dat je je rustig weer in je stoel laat vallen. En dat je dan net scheef zit. En dat je dan de kracht niet hebt om recht te gaan zitten. En dat je ook niet weet waarom je dat nog zou willen. Dat je dan nadenkt over wat ooit was en nu niet meer is. Dat je niet anders kan en steeds maar verder moet. En dat je je jas niet kan vinden, maar eigenlijk ook niet echt zoekt. Dat je alleen het lege haakje ziet. En dat je dan vochtige ogen krijgt. Dat je dan een sjaal vind en die over dat haakje hangt. En dat dat dan niet goed voelt. Lees verder En dat het dan regent