Verhaal

Het was laat. De lucht gaf aan dat het bedtijd was, maar de stad dacht hier duidelijk anders over. Deze stad die eigenlijk overal anders over dacht. Het was zo’n moment van de nacht dat je er serieus over nadacht om het slapen maar te schrappen voor deze keer.

Het was uitgestorven op de trappen. Ook in deze stad waren er dus nog rustige plekken. Boven was het donker, maar prachtig…
Ik keek uit over verleden en heden, over de rivier zonder einde en begin, alsof het altijd zo zou zijn. De lichtjes van de stad als bewijs dat er nog iets leefde daar beneden.

Ik bleef minuten lang staan kijken. De wereld leek stil te staan. Imre Nagy waakte over de stad en over mij en zag dat het goed was. Ik keek wat rond en ontwaarde een geluid in de duisternis. Ik liep om Imre Nagy heen en zag hem zitten, aan de donkere kant van de stad. Een man met een gitaar. Ik keek naar hem en het was niet zijn spel wat me bijzonder opviel, maar het was de hele situatie. Hij speelde zachte liedjes en harde liedjes en speelde zichzelf in tranen.

Ik schuifelde dichterbij en toen zag hij me. Hij stopte even, dacht na en gaf antwoord op een ongestelde vraag: ‘Als het donker wordt ga ik liedjes spelen, om het licht te maken; en dat lukt, als je maar volhoudt. Het is immers nooit zo donker dat je het niet licht kan spelen.’

Het is immers nooit zo donker dat je het niet licht kan spelen.

De man zat en ik stond daar nog even, hij speelde en ik luisterde. Ik begreep het toen niet, maar wist heel goed dat ik iets magisch had ervaren. Ik was aangeraakt door iets, al wist ik nog niet door wat. En jaren later, ouder en wijzer weet ik wel wat mij toen raakte. De kracht van het verhaal. Wat staat immers dichterbij de waarheid dan de waarheid zelf? Het verhaal.

Geef een reactie